Hart- en vaatziekten (CVRM)

Wat is CVRM?

De zorg voor hart- en vaatziekten wordt ook wel CVRM genoemd. Dit staat voor ‘cardiovasculair risicomanagement’; het opsporen en behandelen van risicofactoren voor hart- en vaatziekten.
Cardiovasculaire ziekten zijn ziekten van het hart en de bloedvaten, zoals een hartinfarct, angina pectoris (pijn op de borst), herseninfarct en TIA.

Hart- en Vaatziekten (HVZ) behoren nog steeds tot de ziektebeelden die de hoogste ziektelast in Nederland veroorzaken. Naar ruwe schatting zijn er circa 1 miljoen personen met HVZ in Nederland. De kans op hart- en vaatziekten wordt groter naarmate men ouder wordt. Andere factoren die het risico verhogen zijn: roken, verhoogd cholesterol, hoge bloeddruk, overgewicht, diabetes mellitus (suikerziekte) en reumatoïde artritis.
Bij een verhoogd risico op HVZ start een behandeling voor het verlagen van dit risico. Het naleven van een goede leefstijl is belangrijk: voldoende bewegen, gezond eten en niet roken verlagen het risico op hart- en vaatziekten. Pas als deze gezonde leefstijl uw risico niet voldoende verlaagt, wordt gestart met medicatie. Medicatie kan gegeven worden om bijvoorbeeld uw cholesterol of bloeddruk te verlagen. Goed risicomanagement is een partnerschap tussen de patiënt en het behandelteam, waarbij de patiënt een centrale rol vervult.

Wat zijn de oorzaken van CVRM?

  • Roken
  • Hoge bloeddruk
  • Verhoogde bloedsuiker
  • Hoog cholesterolgehalte
  • Gevorderde leeftijd
  • Geslacht
  • Verminderde nierfunctie
  • Erfelijke aanleg
  • Ongezonde voedingsgewoonten
  • Overmatig alcoholgebruik
  • Lichamelijke inactiviteit
  • Hoge Body Mass Index
  • Hoge middelomtrek
  • Psychosociale factoren/stress

Het zorgprogramma CVRM  is voor alle patiënten met een hart- en/of vaataandoening of een verhoogd risico erop, die onder behandeling zijn van de huisarts en voldoen aan de criteria. U kunt aan uw huisarts vragen of dit voor u van toepassing is.

Wanneer u als patiënt deelneemt aan het zorgprogramma CVRM wordt u begeleid en ondersteund door uw huisarts en de praktijkondersteuner. Doel van dit programma is om hart- en vaatziekten te voorkomen of om u als patiënt (beter) om te leren gaan met uw hart- of vaatziekte en de gevolgen hiervan voor het dagelijkse leven, zodat de kwaliteit van uw leven verbetert.

Afhankelijk van uw klachten komt u één of meerdere keren per jaar voor controle bij de praktijkondersteuner en/of de huisarts. Samen met de praktijkondersteuner gaat u de uitkomsten van de controles en de ervaren klachten bespreken en aan de hand hiervan een behandelplan opstellen. In een behandelplan staat onder andere beschreven welke gezondheidsdoelen u zou willen bereiken. De huisarts en de praktijkondersteuner gaan u helpen om uw doelen te bereiken.

Juist bij voorkomen van of het leren leven met een hart- of vaatziekte, is het belangrijk dat u zelf een goed beeld heeft van wat uw gezondheidsdoelen zijn en waar u hulp bij nodig heeft. Om het consult met uw huisarts of praktijkondersteuner goed te laten verlopen, is het verstandig om dit gesprek voor te bereiden, bijvoorbeeld door op papier te zetten welke vragen u heeft.

Tijdens de controleafspraken komen de volgende onderdelen aan bod:

    • Gezonde leefstijl
      Een hoge bloeddruk en/of cholesterol of een hart- of vaatziekte is een chronische aandoening die van invloed is op uw dagelijks leven. Onder een gezonde leefstijl verstaan we voldoende bewegen, stoppen met roken, gezonde voeding en matig tot geen gebruik van alcohol. Het is dan ook belangrijk dat u ook zelf actief aan de slag gaat om een gezonde leefstijl te hebben en te behouden. Voeding en leefstijl zijn belangrijke factoren voor het onder controle houden van uw klachten. Iedere controle zal dit onderwerp worden besproken en krijgt u leefstijladviezen. U kunt worden doorverwezen bijvoorbeeld naar een diëtist of voor deelname aan een stoppen-met-roken programma.
    • Voldoende bewegen
      Regelmatige lichamelijke activiteiten kunnen het risico op (opnieuw een) hart en vaatziekten verlagen. Voldoende beweging zorgt er ook voor dat u zich fitter voelt en ontspannen bent. U beweegt voldoende wanneer u minimaal vijf dagen in de week, 30 minuten matig tot intensief beweegt.  Bent u jonger dan 18 jaar, dan is 60 minuten bewegen per dag de norm. U beweegt matig intensief wanneer u een iets hogere hartslag krijgt en sneller gaat ademhalen bijvoorbeeld door te wandelen of te fietsen.
      De praktijkondersteuner zal aandacht besteden aan uw beweegpatroon. Indien nodig zal zij u adviezen geven of u doorsturen naar een fysiotherapeut.
    • Stoppen met roken
      Roken is een belangrijke risicofactor bij het ontstaan van hart- en vaatziekten. Een roker heeft een hoger risico op het krijgen van een hart- of vaatziekte. Stoppen met roken doet het risico sterk dalen. De sterkste daling treedt al op in het eerst jaar. Stoppen met roken is vaak moeilijk, maar niet onmogelijk. U hoeft het niet alleen te doen. De praktijkondersteuner en huisarts kunnen u hierbij helpen. Zij kunnen u adviezen geven, maar weten ook welke hulpmiddelen er zijn en het beste bij u passen.
    • Gezonde voeding
      Gezonde voeding, matig tot geen alcoholgebruik en een gezond gewicht verlaagt het risico op hart- en vaatziekten. De praktijkondersteuner zal aandacht besteden aan uw voedingspatroon. Indien nodig zal zij u voedingsadviezen geven of u doorsturen naar een diëtist.
      De diëtisten in de regio zijn verenigd in het diëtistennetwerk Zuid-Holland. Klik voor meer informatie: www.dietistennetwerkzhn.nl. Zij werken samen met de huisartsen verbonden aan de ROHWN. Met een verwijzing van uw huisarts bieden zij u begeleiding en behandeling. Er is een speciale regeling met de zorgverzekeraars overeengekomen, zodat de consultkosten van de diëtist niet ten laste van het eigen risico komen.
    • Geneesmiddelengebruik
      Het is belangrijk dat u uw medicatie op de juiste manier gebruikt, zodat deze goed werken. De praktijkondersteuner zal u uitleggen hoe u de voorgeschreven medicatie moet. Het is belangrijk dat u een verergering van de klachten op tijd herkent en weet wanneer u naar de huisartsenpraktijk moet bellen.  Neem de medicatie volgens voorschrift in en wijk niet af van de dosering zonder overleg met uw behandelende arts.  Wacht niet tot het controleconsult wanneer u vragen heeft over het gebruik van de medicatie. U kunt met vragen over uw medicatie ook altijd bij uw apotheker terecht.